Lieve Gino

Lieve Gino,

Bijna veertien jaar geleden begon jij als een klein wit vlekloos kruipertje dat het leven niet bepaald volgens het boekje binnenkwam.

Je moeder moest na de keizersnede eerst niets van je weten, dus stonden wij daar met een flesje in onze handen. Nog voordat jij van ons was, hadden we al voor je gezorgd en misschien had je toen al besloten hoe dat verder zou gaan.

Want haast heb je eigenlijk nooit gehad. Als de rest van het nest ging eten, wachtte jij rustig af. Zodra iedereen naar buiten stormde, kwam jij er op je gemak achteraan gesukkeld. Allee een beetje op je eigen tempo en altijd een prinsesje.

Uiteindelijk mocht dat sukkeltje met ons mee naar huis en daar besloot je vrij snel dat je waarschijnlijk een kat was.

Joëlle werd je grote liefde. Samen slapen, tegen elkaar aan, bovenop elkaar, zij als jouw hoofdkussen of jij als het hare. Het maakte allemaal niets uit. Jullie hoorden gewoon bij elkaar. Vier pootjes op één buik; al waren het er technisch gezien natuurlijk acht.

We hebben kilometers met je door het bos gelopen, alleen zwemmen, daar deed meneer niet aan. Wij het water in? Prima. Een stok het water in? Tot aan de waterlijn wilde je best moeite doen. Maar verder? Zoek het lekker uit.

Tot je moeder Kyka op een dag zonder enige twijfel het water in liep en weg zwom. En jij er achteraan alsof je nooit anders had gedaan. Koppie boven water, pootjes eronder en achter mama aan. Lullo.

Daarna bleek zwemmen ineens fantastisch, zelfs kou maakte je niets uit. Sneeuwdrab op het water? Prima joh. Daar kon je gewoon doorheen.

Later kwam Layka een tijdje bij ons wonen en toen zij weer vertrok, merkten we hoeveel je eigenlijk had aan een andere hond naast je. En zo kwam Nikan.

Vanaf dat moment leerde je misschien pas echt dat je behalve een buitenmaatse kat óók nog hond was. Jullie werden vrienden voor het leven.

Jarenlang dachten wij dat vooral Nikan zich aan jou optrok en dat jij de stabiele oude wijze van de twee was. Pas toen we hem in april moesten laten gaan, ontdekten we dat het andersom minstens net zo waar was.

Je miste hem en ergens raakte je daarna langzaam je plek een beetje kwijt. Je ogen werden slechter, je oren hoorden steeds minder en soms wist je even niet helemaal meer waar je was of wat de bedoeling was.

Je lijf werd oud en toch bleef jij gewoon Gino. Nog steeds dat zachte sukkeltje en blij met aandacht. Altijd deel van ons huis, alsof dat nog nooit anders geweest is.

We hebben geprobeerd je de afgelopen maanden zo goed mogelijk te helpen. We hebben getwijfeld of we überhaupt wel op vakantie konden, hebben fysiotherapie geprobeerd en we hebben gekeken, aangepast, geholpen en gehoopt. Maar een lijf kan niet eindeloos doorgaan.

Je hart wil nog wel en dat is misschien juist wat dit zo moeilijk maakt, want je hart is sterk. Daar zit nog steeds leven in, nog iets van die pup die achter zijn moeder aan het water in sprong alsof hij nooit bang was geweest.

Maar je skelet is op, je spieren zijn moe en eten wordt steeds moeilijker. Wij kunnen niet van je vragen dat je doorgaat totdat ook dat laatste beetje plezier verdwenen is.

Dus hebben we je de afgelopen dagen verwend.
Met zalm, ei, taart en wat roomsoesjes. Alles waarvan je dacht: ja, dát lust ik nog wel. En vandaag doen we het moeilijkste dat bij bijna veertien jaar voor je zorgen hoort.

We laten je gaan.

Niet omdat je niet meer welkom bent, of omdat we klaar zijn met zorgen en zeker niet omdat wij klaar zijn met jou. Maar omdat zorgen voor jou nu betekent dat we niet wachten tot jij alleen nog maar pijn, verwarring en vermoeidheid kent.

Je hoeft niet eerst helemaal op te zijn, diep ongelukkig te worden of ons te bewijzen dat je echt niet meer kunt.

Het is genoeg geweest, jongen. Meer dan genoeg.

Misschien hadden we de afgelopen jaren vaker met je moeten wandelen, hadden we vaker dat ene rondje moeten maken of nog iets vaker naar het bos moeten gaan.

Maar het leven werd groter, drukker en voller. Met kinderen, dieren, zorgen, vakanties, gewone dagen en alles wat daar tussendoor kwam.

En jij was daar gewoon onderdeel van.

Niet altijd midden op het wandelpad, maar midden in ons leven en uiteindelijk is dat waar je altijd hoorde. Bij ons. Bij de katten en bij Nikan, bij de kinderen. In huis, op je vertrouwde plek.

Vanaf dat kleine witte hondje met het flesje tot aan de oude man die straks nog één keer verwend wordt alsof er geen morgen bestaat. Want voor jou hoeft die er na vandaag ook niet meer te zijn.

Geen pijnlijke poten meer of lijf dat niet meer meewerkt. Niet meer zoeken naar je plek, alleen nog rust.

En als er ergens iets bestaat na dit alles, dan hoop ik eigenlijk vooral dat Nikan en Joëlle daar staan. Waarschijnlijk wachten ze al veel te lang.

Dus doe maar gewoon zoals vroeger; sukkel er maar rustig achteraan. Geen haast, je komt vanzelf.

Lieve Gino, dank je wel voor bijna veertien jaar.
Voor je zachtheid en je eigenaardigheden. Voor alle keren dat je ons liet lachen, of mopperen en zuchten. Voor je band met Nikan en Joëlle en bovenal voor gewoon altijd Gino zijn.

We houden van je en juist daarom laten we je gaan.

Dag, lieve jongen.

Je hoeft niet meer achteraan te sukkelen.

Je bent er.