Een tijdje geleden schreef ik een kleine brief aan de grote rekensom.
Niet omdat ik dacht dat de wereld daarna onmiddellijk anders zou draaien, of omdat ik dacht dat ergens in Den Haag iemand zijn pen zou laten vallen, rechtop zou gaan zitten en zou zeggen: “wacht eens even, hier missen wij iets!“. Maar omdat sommige dingen gezegd moeten worden voordat ze vergeten worden.
Zeker wanneer beleid nog vloeibaar is. Wanneer maatregelen nog verkend worden. Wanneer tabellen nog schuiven, bedragen nog kantelen en uitzonderingen nog net op tijd zichtbaar gemaakt kunnen worden.
een randgeval dat op tafel komt, is heel even geen randgeval meer
Mijn punt was eenvoudig: als er wordt nagedacht over maatregelen om automobiliteit betaalbaar te houden, kijk dan niet alleen naar de gemiddelde auto. Niet alleen naar het standaardtarief. Niet alleen naar de nette rekenkolom waarin alles overzichtelijk lijkt.
Kijk ook naar de randgevallen. Kijk naar de mensen die niet rijden omdat het handig is, maar omdat het nodig is. Naar de bestelbus op gehandicaptentarief, naar de rolstoel achterin. Naar de dieselpomp, de fiscale uitzondering die ooit bedoeld was om mobiliteit mogelijk te maken, maar in een nieuwe rekensom zomaar opnieuw buiten beeld kan raken.
Vandaag kwam daar een vervolg op.
De vaste commissie voor Financiën heeft laten weten dat mijn brief is ontvangen en besproken. De informatie uit de brief kan worden betrokken bij het commissiedebat Fiscaliteit van 24 juni.
de kleine brief ligt nu op tafel
Dat is geen overwinning, geen toezegging of beleidswijziging. Het is geen grote streep door een tabel met daaronder: “Paul had een punt“. Maar het is ook niet niets.
Want een brief die gelezen wordt, is al iets anders dan een brief die verdwijnt. Een signaal dat besproken wordt, bestaat op een andere manier dan een gedachte die alleen aan de keukentafel blijft liggen. En een randgeval dat op tafel komt, is heel even geen randgeval meer. En misschien gebeurt er niets mee. Dat kan.
Kamerleden lezen veel. Debatten zitten vol. De rekensom is groot, de agenda groter, en ergens tussen brandstofprijzen, koopkracht, begrotingsregels en fiscale uitvoerbaarheid moet zo’n klein puntje zijn plek maar zien te vinden.
Maar toch: de kleine brief ligt nu op tafel; een voetnoot met wielen.
Een herinnering dat mobiliteit niet voor iedereen begint bij vrijheid. Soms begint mobiliteit bij afhankelijkheid. Bij noodzaak. Bij de vraag of je überhaupt nog kunt meedoen als de kosten van vervoer langzaam maar zeker uit hun oude balans worden getrokken.
Daarom was die eerste brief nodig. En daarom is deze reactie belangrijk genoeg om vast te leggen.
Niet omdat er al iets gewonnen is.
Maar omdat het punt, hoe klein ook, de Kamer heeft bereikt.
Nu is het aan de grote rekensom om te laten zien of zij ook de kleine uitzonderingen in beeld kan houden.


