Als leven geen domein is

Ik zou vandaag ergens in Flevoland in een zaaltje zitten. Stoelen in een halve cirkel. Flip-over aan de zijkant. Koffie die net iets te sterk is. Een gesprek over sociale kwaliteit, over hoe we hier willen leven — nu en straks.

Ik zit thuis.

Mijn vrouw heeft griep. De jongens vragen aandacht. Het huishouden draait door, zoals dat altijd doet. En juist daardoor voelt dit onderwerp ineens niet abstract, maar dichtbij. Want dit is waar beleid over gaat. Niet over plannen, maar over dagen als deze.

In beleidsstukken wordt de wereld opgedeeld in domeinen.
Wonen. Zorg. Werk. Mobiliteit. Participatie.
In het leven bestaat die indeling niet.

Neem Henk en Annie. Ze wonen driehoog verderop. Niet letterlijk misschien, maar figuurlijk wel. Ze zijn overal. Annie krijgt fysieke klachten en werkt minder. Henk probeert mantelzorg te combineren met zijn baan. Zorg loopt via het ene loket, werk via het andere, wonen via weer een ander.

Iedereen doet zijn best. Dat is het probleem niet.

Het probleem is dat niemand het geheel overziet. En dus worden Henk en Annie projectleider van hun eigen leven. Niet omdat ze dat willen, maar omdat systemen elkaar niet vanzelf vinden. Wat voor de overheid verschillende beleidsterreinen zijn, is voor hen één samenhangend bestaan — dat ergens tussen de regels door moet passen.

De provincie Flevoland werkt aan een Sociale Agenda. Een poging om richting te geven aan wat vaak wordt samengevat als ‘de vitale samenleving’ en ‘brede welvaart’. Niet als uitvoerder, maar als regisseur. Als verbinder. Als overheid die boven gemeenten probeert te kijken naar het geheel.

Dat is een verstandige keuze.

Want als samenhang ergens georganiseerd kan worden, dan is het daar waar het overzicht groter is dan het loket. Samenhang is geen beleidsambitie. Het is een randvoorwaarde om als mens overeind te blijven.

In cijfers gaat het goed met Flevoland. Er wordt gebouwd. Er is werk en de provincie groeit sneller dan welke andere ook.

Maar cijfers vertellen niet het hele verhaal.

Henk staat elke ochtend in de file naar een baan buiten de provincie. Annie merkt dat voorzieningen niet verdwijnen, maar wel steeds verder weg komen te liggen. Op papier groeit de welvaart. In het dagelijks leven voelt het soms smaller.

Brede welvaart wordt gemeten. Keurig met grafieken, indicatoren en vergelijkingen met andere provincies. Maar meten is iets anders dan wegen.

Het is de stille voorwaarde onder meedoen, onder vertrouwen, onder samenleven.

De Sociale Agenda benoemt terecht dat brede welvaart een afwegingskader moet zijn. Dat keuzes van vandaag gevolgen hebben voor morgen. En dat groei zonder balans uiteindelijk iets kost wat moeilijk in cijfers te vangen is.

Als economische ontwikkeling structureel samenvalt met minder bereikbaarheid, minder sociale samenhang en meer mentale druk, dan is dat geen bijwerking. Dan is dat beleid — ook als het niet zo bedoeld is.

Wat Henk en Annie misschien wel het meest kwijt zijn geraakt, is niet hun inkomen of hun huis. Het is grip.

Niet weten waar je moet zijn.
Niet weten wie het overzicht heeft.
Niet weten of wat vandaag geldt, morgen nog geldt.

En dat maakt moe.

Niet boos. Niet opstandig of strijdlustig.
Gewoon moe. Het soort moe waardoor mensen zicht langzaam terugtrekken. Afhaken. Niet omdat ze niet willen meedoen, maar omdat meedoen te veel kost.

In beleidsanalyses wordt dat ‘mate van grip’ genoemd. In het leven heet dat: ademruimte. Het is geen luxe. Het is de stille voorwaarde onder meedoen, onder vertrouwen, onder samenleven.

Ik geloof niet dat sociale kwaliteit begint bij nieuwe regelingen of programma’s. Ik geloof dat ze begint bij samenhang.

Bij een overheid die niet vraagt of mensen zich voldoende aanpassen aan systemen, maar die zich afvraagt of systemen nog passen bij het leven van mensen.

Als de Sociale Agenda erin slaagt om samenhang te organiseren waar nu gesjouwd wordt, brede welvaart echt mee te wegen in plaats van alleen te meten, en grip te gebruiken als kompas voor sociale kwaliteit in plaats van bijvangst, dan voelt beleid weer als iets vóór mensen.

Niet als iets waar je tussendoor moet zien te overleven.

Henk en Annie verdienen dat.
En eigenlijk wij allemaal.