Er zijn weinig mensen die zo overtuigend kunnen instorten als een kind van twee.
De verkeerde beker. Een foutief gesneden boterham. Papa die de banaan alvast heeft opengemaakt terwijl dat zélf moest.
Voor ons stelt het weinig voor. Voor zo’n klein kind is het op dat moment ongeveer het einde der tijden.
Dus wordt er gehuild. Hard. En wij staan erbij.
Soms geduldig, begripvol en pedagogisch verantwoord. Soms met een arm eromheen. En soms met een doosje rozijntjes, een koekje of een strategisch filmpje omdat wij ook gewoon boodschappen willen doen zonder internationaal incident bij het zuivelschap.
We doen tenslotte ook maar wat.
Maar ergens in al die kleine momenten zit wel iets belangrijks.
Want onze eerste neiging is vaak om ongemak op te lossen. Afleiden, sussen, iets anders aanbieden. Niet omdat we onze kinderen niets willen leren, maar omdat we van ze houden. Omdat verdriet bij je kind vervelend is. En – eerlijk is eerlijk – omdat rust soms ook gewoon heel prettig is.
Alleen groeit een kind door.
De banaan wordt een speeltje dat een ander kind op de peuterspeelzaal afpakt. Daarna een verjaardagsfeestje waarvoor je niet bent uitgenodigd. Een onvoldoende. Een ruzie met een vriend. Een docent die je niet begrijpt. Een toets waarvoor je hard hebt geleerd en die toch mislukt.
Het kind groeit door. De aanleiding verandert, het gevoel niet zo veel.
En ondertussen staan wij er nog steeds naast. Alleen kunnen we steeds minder repareren. Bij een peuter kun je nog een andere beker pakken. Op de basisschool kun je niet alsnog afdwingen dat je kind wordt uitgenodigd. Op het voortgezet onderwijs kun je een slecht cijfer niet wegknuffelen en een docent niet vervangen omdat het even niet lekker loopt.
Gelukkig maar, misschien. Want er is een verschil tussen een kind beschermen tegen pijn en een kind leren omgaan met pijn. Beschermen hoort bij opvoeden. Natuurlijk. Wij zijn er om onze kinderen veilig te houden en ze te helpen als iets te groot wordt.
Maar niet iedere teleurstelling is gevaarlijk; sommige dingen zijn gewoon stom. En mogen dat even zijn.
Je mag verdrietig zijn omdat iets niet doorgaat of boos zijn omdat het antwoord nee is. Je mag enorm balen van een onvoldoende, zonder dat wij het onmiddellijk hoeven op te lossen.
Want wanneer de oplossing altijd van buiten komt, leert een kind vooral wachten tot iemand anders het ongemak wegneemt. Terwijl het juist mag ervaren dat een rotgevoel ook weer voorbijgaat. Op dat moment groeit er iets anders.
Weerbaarheid.
Niet de oude variant van: niet zeuren, wegstoppen, schouders eronder en doorgaan. Zeker niet. Meer iets als: dit voelt ongemakkelijk — maar ik kan dit dragen. En dat is volgens mij een behoorlijk belangrijke ontdekking.
Verdriet betekent niet dat er iets kapot is. Teleurstelling is niet het absolute einde. Je mag huilen, vloeken, balen of even met een dekentje op de bank verdwijnen en ervaren dat de wereld daarna meestal gewoon verder draait.
Wij hoeven dan niet boven onze kinderen te gaan staan. We kunnen er gewoon naast staan.
Ik snap dat je boos bent, kom maar even hier. Maar ook: Het antwoord blijft nee. Die dingen kunnen tegelijkertijd waar zijn.
Dat klinkt op papier allemaal prachtig overzichtelijk. In werkelijkheid staan wij natuurlijk ook regelmatig om half zes met hongerige kinderen, een pan op het vuur en te weinig geduld ineens principes uit te onderhandelen waarvoor we tien minuten eerder nog een opvoedkundige TED Talk hadden kunnen geven.
Dan krijgt iemand gewoon een snack. Ook prima.
Opvoeden is volgens mij niet het foutloos uitvoeren van een theorie uit een heel duur boek. Het is duizenden keren opnieuw proberen aan te voelen wanneer je moet helpen, wanneer je moet ingrijpen en wanneer je vooral even níét alles moet oplossen. Want dat proces stopt niet.
Van peuterspeelzaal naar basisschool. Van basisschool naar voortgezet onderwijs. Steeds wordt de wereld een beetje groter en worden de teleurstellingen ingewikkelder tot er dingen komen waar wij helemaal niets meer aan kunnen veranderen.
Een opleiding die niet lukt of een baan die aan iemand anders wordt gegeven. Liefde die niet wordt beantwoord. Een plan dat mislukt of gewoon het leven dat ineens een afslag neemt die niemand had besteld.
Daar kunnen we onze kinderen niet voor behoeden. Wat we wel kunnen doen, is ze in de jaren daarvoor laten oefenen. In het klein, met een verkeerde beker, een verloren spelletje of met een onvoldoende. Met een ruzie en met het woord nee.
En hopelijk ontdekken ze onderweg steeds opnieuw: dit doet even pijn en dit had ik anders gewild. Ik mag hiervan balen, maar ik kan dit dragen. Misschien is dat uiteindelijk een van de belangrijkste dingen die we als ouders kunnen meegeven.
Niet een jeugd zonder tranen. Wel een veilige plek om te ontdekken dat je ook na een traan weer verder kunt.
En dat is misschien wel wat er écht toe doet: niet het voorkomen van elke traan, maar het leren dansen met de intensiteit van het leven.


