Hoezo heeft de tijd ineens haast?

Vroeger duurde een jaar eindeloos.

Zes weken zomervakantie waren ongeveer een mensenleven. Een schooljaar had alle tijd om een schooljaar te zijn. December lag werkelijk maanden verderop en je verjaardag kwam pas nadat je er minstens drie eeuwigheden op had gewacht.

Ergens is daar iets misgegaan, anders geworden.

Want tegenwoordig is het maandag, knipper je even met je ogen en vraagt iemand wat we met Kerst gaan doen.

Hoezo heeft de tijd ineens haast?

Aan de klok ligt het niet. Een minuut duurt nog altijd zestig seconden en een dag vierentwintig uur. Dat systeem draait al een tijdje behoorlijk stabiel.

Maar de tijd die wij voelen, trekt zich daar weinig van aan. Dat ben ik de afgelopen jaren steeds sterker gaan merken.

Er kwam een moment waarop mijn lijf niet meer vanzelfsprekend deed wat ik ervan vroeg. Waar ik vroeger vooral vooruit leefde — straks, morgen, volgende week, daarna — werd ik min of meer gedwongen om vaker stil te staan. Soms zelfs letterlijk.

En gek genoeg veranderde daarmee ook de tijd. Een dag waarop weinig lukt kan ontzettend lang duren. Een uur wachten nog langer. Een slechte nacht kent soms meer uren dan volgens de klok überhaupt beschikbaar zijn.

Maar de maanden? Die verdwijnen gewoon. Zonder overleg.

Terwijl ik bezig ben met vandaag blijkt er alweer een seizoen voorbij. Terwijl ik probeer te onthouden welke afspraak wanneer was, is een heel schooljaar ineens geschiedenis.

Stilstaan betekent niet dat de tijd ook stopt.

En ondertussen zoeken we een broodtrommel, vegen kruimels van tafel en vragen ons ineens af hoe dat kleine kind in vredesnaam al naar de middelbare school kan.

Dat vind ik misschien nog wel het vreemdst. Dat de momenten waarvan later blijkt dat ze belangrijk waren, op het moment zelf meestal helemaal niet belangrijk voelen.

Niemand kondigt aan dat dit de laatste keer is dat je een kind optilt.

Dat dit de zomer is die later steeds terugkomt in verhalen.

Dat een gewone woensdagavond met eten, gemopper over tandenpoetsen en een half zoekgeraakte gymschoen ooit onder de noemer vroeger zal vallen.

We zijn er gewoon. Een beetje aan het leven. Een beetje aan het regelen. Een beetje proberen iedereen met de juiste tas, schoenen en jas de deur uit te krijgen.

En misschien zit precies daar iets wat ik vroeger minder goed zag.

Stilstaan betekent niet dat de tijd ook stopt. Integendeel.

Soms zie je juist doordat je zelf minder hard kunt rennen hoe hard alles om je heen doorgaat. Kinderen groeien. Mensen veranderen. Dingen die vanzelfsprekend waren worden herinneringen. En gewone dagen stapelen zich ongemerkt op tot jaren.

Misschien heeft de tijd dus helemaal geen haast. Misschien ben ik haar alleen beter gaan zien.

Dat klinkt mooier dan het in de praktijk is, trouwens. Meestal zie ik vooral dat augustus alweer voorbij is terwijl ik vrij zeker wist dat hij net begonnen was.

Maar toch.

Tussen alles wat moet, alles wat niet meer vanzelf gaat en alle kruimels die morgen gewoon weer op tafel liggen, probeer ik er iets vaker bij te zijn.

Niet om ieder moment krampachtig vast te houden. Dat lijkt me een doodvermoeiende manier van leven.

Gewoon om af en toe te beseffen: dit is er nu.

Want voor je het weet kijk je erop terug. En vraag je je opnieuw af:

Hoezo heeft de tijd ineens haast?